UNIX-hostsoftware
Installatie
===========


Dit leesmij-bestand beschrijft hoe u de UNIX-hostsoftware installeert vanaf de cd-rom met hulpprogramma's.

U kunt de UNIX-hostsoftware ook inladen vanaf onze webserver op http://www.minolta-qms.com.


Installatie
-----------

1 Plaats de cd-rom in het cd-romstation.
>> Opmerking: Voor sommige stations moet u de cd-rom in een drager plaatsen voordat deze in het station kan worden geplaatst. Raadpleeg voor meer informatie de documentatie bij het cd-romstation. Het duurt enige seconden voordat de cd-rom wordt gedetecteerd.
2 Meldt u als root bij het UNIX-systeem aan.
3 Ga naar de hoofddirectory met de volgende opdracht:
cd / 
4 Ga naar stap 6 als u een Solaris-systeem gebruikt.
Als u een SunOS-systeem gebruikt en er al een directory met de naam cdrom op het systeem is, gaat u verder met stap 5.
Als u een SunOS-systeem gebruikt en geen directory met de naam cdrom op het systeem is, maakt u deze directory met de opdracht:
mkdir /cdrom
5 Voor SunOS-systemen activeert u het cd-rombestandssysteem:
mount -r -t hsfs apparaat_bestandsnaam /cdrom
Voor apparaat_bestandsnaam gebruikt u het volledige pad van het apparaat dat aan het cd-romstation is gekoppeld. 
6 Controleer of het cd-rombestandssysteem is geactiveerd door de inhoud van de directory op te vragen:
Solaris-systemen: ls /cdrom/qms
SunOS-systemen: ls /cdrom
De directory bevat meerdere subdirectory's, waaronder unix. 
7 Ga naar de directory waarin u de UNIX-hostsoftware wilt installeren.
8 Pak de bestanden van de cd-rom uit: tar xvf /cdrom/platform/unix/host_sw/hs_tar 
De hulpprogramma's worden in de huidige directory in de subdirectory QMSoft genstalleerd.
9 Inactiveer het cd-rombestandssysteem: umount apparaat_bestandsnaam
Voor apparaat_bestandsnaam gebruikt u het volledige pad van het apparaatbestand dat aan het cd-romstation is gekoppeld.

10 Ga naar de nieuwe directory QMSoft: cd QMSoft

11 Voer het installatieprogramma Qinstall uit:
./Qinstall

12 Volg de aanwijzingen op het scherm. Als de installatie is voltooid, wordt de volgende melding weergegeven:
Installatie QMS UNIX-hostsoftware voltooid
13 Kopieer de hulpprogramma's addprt en qpr en de bijbehorende handleidingspagina's naar de standaarddirectory's. Voorbeeld: cp addprt /usr/bin cp qpr /usr/bin cp man/addprt.1 /usr/man/man1 cp man/qpr.1 /usr/man/man1

14 Als u SNMP gebruikt voor het netwerkbeheer met SunNet Manager, kopieert u de bijbehorende bestanden naar de agentdirectory van SunNet Manager. Raadpleeg voor meer informatie de documentatie bij SunNet Manager. 

MINOLTA-QMS printers op UNIX-systemen installeren met addprt
============================================================ 


Inleiding
---------
In het overige gedeelte van dit bestand wordt behandeld hoe u met het printerinstallatieprogramma addprt printers installeert op BSD-, SGI-, SYSV-, HP-UX- en IBM-AIX-spoolsystemen. Dit gebeurt over het algemeen direct na installatie van de hostsoftware, maar kan ook worden gedaan wanneer later printers worden toegevoegd.
>> Opmerking: voor het uitvoeren van addprt moet u als root zijn aangemeld.



Internet-adres printer
---------------------- 
Raadplaag voor meer informatie over het instellen van Internet-adressen voor printers "TCP/IP-interfaceconfiguratie configureren" in de CrownNet-installatiegids.


Handleidingspagina addprt
-------------------------
Op de handleidingspagina voor addprt worden de opdrachten en parameters van addprt uitgelegd. Omdat u deze pagina gemakkelijk kunt oproepen, is deze niet in deze handleiding opgenomen.
Als u de handleidingspagina wilt weergeven, voert u de volgende opdracht in:
man addprt <Enter> 

Conventies
---------- 
De volgende conventies worden door addprt gebruikt:
1. Als u een keuze hebt:
a. De lijst met mogelijke waarden wordt tussen haakjes () weergegeven.
b. De standaardwaarde wordt tussen rechte haken [] weergegeven.
2. U kunt het volgende invoeren:
a. <Enter> Druk op Enter als u de standaardwaarde wilt selecteren. Deze handeling wordt in dit bestand weergegeven met <Enter>.
b. Een van de waarden tussen haakjes. U kunt de standaardwaarde ook apart invoeren.
c. ? voor contextgevoelige Help.
Raadpleeg het CrownBook voor meer hulp over logische rijen.



Contextafhankelijke Help
------------------------
Voor elke vraag in het installatieprogramma is een contextgevoelige Help beschikbaar. Als u deze Help wilt weergeven, typt u ? en drukt u op Enter. In de weergegeven Help worden de vraag en de opties uitgelegd. Na de Help wordt de vraag herhaald. Het onderstaande voorbeeld illustreert de vraag naar de printernaam, het ? voor Help, de Help en de herhaling van de vraag:
Printernaam geconfigureerde printer []: 
?<Enter> 
Voer de naam in waarmee de printer in de spooler wordt aangegeven.
De printernaam is willekeurig, maar moet uniek zijn. U kunt geen andere printers met dezelfde naam hebben.
Printernaam []:


Beginnen
--------
Voordat u addprt uitvoert, voert u een van de volgende stappen uit:
1. Voor TCP/IP-printers werkt u eerst het bestand /etc/hosts bij met de Internet-naam en het Internet-adres van de printer.
2. Voor parallelle printers achterhaalt u eerst de fysieke apparaatnaam.
3. Voor serile printers achterhaalt u eerst de fysieke apparaatnaam en de baudrate. Ook configureert u de serile poort en stelt u de baudrate in voordat u addprt uitvoert.
Lees alle installatiestappen door en beantwoordt alle vragen voordat u met de installatie begint.



Printers installeren
-------------------- 
U voert addprt uit met de opdracht addprt<Enter>. 
Nadat het programma is geladen, wordt de volgende melding weergegeven.
QMS-hostsoftware versie x.xx QMS 
printerconfiguratiehulpprogramma 
1. Voer de naam van de printer in. Voorbeeld:
Printernaam geconfigureerde printer []: foo<Enter> 
2. Op BSD- en SGI-systemen kunt u ook een alternatieve (optionele) naam invoeren. Voorbeeld:
Alternatieve printernaam []: lp<Enter>
3. Voer het communicatieprotocol voor de printer in.
Printercommunicatieprotocol (TCP/IP | parallel | serieel) [TCP/IP]:
Vanaf dit punt volgt u voor deze drie communicatieprotocollen verschillende installatieprocedures. Ga verder met de hoofdstukken voor TCP/IP, parallel of serieel.


TCP/IP-communicatieprotocol
--------------------------- 
1. Als u TCP/IP gebruikt, voert u TCP/IP in voor het printercommunicatieprotocol.
Printercommunicatieprotocol (TCP/IP | parallel | serieel) [TCP/IP]: TCP/IP <Enter> 
2. Voer de hostnaam van de printer in zoals deze in /etc/hosts is ingevoerd. De standaardwaarde is de naam die u eerder als printernaam hebt ingevoerd. Voorbeeld:
Hostnaam printer (in /etc/hosts)[foo]: foo <Enter> 
3. Vervolgens voert u het poortnummer in voor STATUS1/TRANSPORT1-communicatie: 
Voer het poortnummer in voor het verzenden van taken naar de printer. Deze waarde moet overeenkomen met de waarde die via het bedieningspaneel van de printer voor de poorttoewijzing is ingevoerd. [35]:
4. Hierna wordt gevraagd of u via de poort teruggezonden meldingen wilt vastleggen.
Wilt u teruggezonden informatie ontvangen (ja/nee)? [nee]:
5. Als u hebt aangegeven dat u teruggezonden meldingen wilt vastleggen, wordt u nu gevraagd een taakbestand op te geven. Dit bestand bevat de teruggezonden informatie over de laatst afgedrukte taak.
Voer een waarde in voor het taakbestand voor teruggezonden informatie (geef geen pad op) of druk op <Enter> als u geen bestand wilt maken. Het gespecificeerde bestand wordt in de directory /usr/spool geplaatst. [geen]:
6. Vervolgens geeft u het logbestand voor teruggezonden informatie op. Dit bestand bevat teruggezonden informatie over alle taken sinds het aanmaken van het logbestand.
Voer een waarde in voor het logbestand voor teruggezonden informatie (geef geen pad op) of druk op <Enter> als u geen logbestand wilt maken. Het gespecificeerde bestand wordt in de directory /usr/spool geplaatst. [geen]:
7. U wordt nu gevraagd of u het bijhouden van accounts wilt inschakelen.
>> Opmerking: TCP/IP-accounting/terugvoerkanaal is niet op alle printers beschikbaar. Door het dochterbord wordt bepaald of deze mogelijkheid door het moederbord wordt ondersteund. (Zie het CrownBook voor meer informatie.)
Wilt u het bijhouden van accounts inschakelen (ja/nee)? [nee]
Als u het bijhouden van accounts inschakelt, kan de systeembeheerder informatie bijhouden, zoals paginatellingen, eigenaren en titels van taken die via de TCP/IP-interface worden afgedrukt. Als u deze vraag met nee beantwoordt, worden alleen foutmeldingen van de printer teruggezonden. Raadpleeg de gebruikershandleiding van de printer als u wilt weten of deze TCP/IP-accounting ondersteunt.
Als u ja antwoordt, wordt de volgende vraag weergegeven:
Wilt u de alternatieve opmaak voor statusmeldingen gebruiken (ja/nee)? [nee] ? <Enter> 
De alternatieve opmaak levert algemenere statusmeldingen. De standaardopmaak van de meldingen is wellicht eenvoudiger voor gebruikers die aparte hulpprogramma's gebruiken voor het automatisch doorlopen en verzamelen van informatie in het accountlogbestand.
Vergelijk het volgende voorbeeld van de standaardopmaak van meldingen:
%%[status:interpreteren; paginatelling:1; interface: Ethernet:q33; gebruiker:Gebruikersnaam; titel:bestand.ps; tijd:Ma Feb 15 09:13:50 1996]%%
met de alternatieve opmaak:
0215091350%%[status:bezig; bron:Ethernet:q33; paginatelling:1; gebruiker:Gebruikersnaam; titel:bestand.ps]%%
De tijdinformatie is gelijkvormiger en compacter en de printerstatusmeldingen hebben een formaat dat gelijkvormiger is. Daarnaast worden algemene foutmeldingen, zoals papierstoringen, papiertekort enz. op een meer gestandaardiseerde wijze weergegeven, in kleine letters, met tijd.
Voorbeeld: de standaardopmaak van %%[PrinterFout:INVOERLADE BIJST]%%
is:
0402095454%%[PrinterFout:geen papierlade]%%
>> Opmerking: de optie voor het weergeven van statusmeldingen met de systeemtijd ('echte tijd') wordt automatisch uitgeschakeld als u voor de alternatieve opmaak kiest.

8. U wordt nu gevraagd de naam van het taakstatusbestand in te voeren. Als u een bestandsnaam invoert, worden alle statusmeldingen over n taak opgeslagen. Druk op <Enter> als u geen taaklogbestand wilt maken. Voorbeeld:
Voer een naam in voor het taakstatusbestand (geef geen pad op) of druk op <Enter> als u geen taakstatusbestand wilt maken. Het bestand dat u opgeeft, wordt in een van de volgende directory's geplaatst: 
AIX-, SYSV- en HP-UX-systemen: QDIR [GEEN]: taakstat <Enter> 
BSD- en SGI-systemen: /usr/spool [GEEN]: taakstat <Enter>
9. U wordt nu gevraagd de naam van het logstatusbestand in te voeren. Voer een waarde in voor het logstatusbestand (geef geen pad op) of druk op <Enter> als u geen logstatusbestand wilt maken. Het bestand dat u opgeeft, wordt in een van de volgende directory's geplaatst: 
AIX-, SYSV- en HP-UX-systemen: QDIR [GEEN]: taakstat <Enter> 
BSD- en SGI-systemen: /usr/spool [GEEN]: taakstat <Enter>
10. U wordt nu gevraagd de frequentie in seconden voor statusaanvragen naar de printer in te voeren. Voorbeeld:
Voer het aantal seconden tussen statusaanvragen in. Deze waarde MOET kleiner zijn dan de waarde die op het bedieningspaneel van de printer voor Time-out verbinding is ingesteld. [5]: ? <Enter> 
Als u dit getal wijzigt, vergroot of verkleint u de frequentie van statusaanvragen naar de printer.
11. U wordt nu gevraagd of u de uitgebreide modus wilt gebruiken. Voorbeeld:
Wilt u de uitgebreide modus instellen (ja/nee)? [nee] ? <Enter> 
Als u de uitgebreide modus niet gebruikt, worden alleen de eindstatussen van taken in de taak- en logbestanden opgenomen. Als u de uitgebreide modus gebruikt, worden alle statusmeldingen in de taak- en logbestanden opgenomen. Merk op dat het logbestand erg groot kan worden als u de uitgebreide modus gebruikt en veel of grote bestanden afdrukt.
Wilt u de uitgebreide modus instellen (ja/nee)? [nee] j <Enter>
12. Voer het pad van het bestand printcap in. Voorbeeld:
Pad van printcap [/etc/printcap]: <Enter> 
13. Voer het spoolpad in. Voorbeeld:
Spoolpad [/usr/spool]: <Enter> 
14. U wordt gevraagd de ingevoerde informatie te controleren. Voer j in als deze juist is of n als deze niet juist is. Als u n invoert, gaat u terug naar het begin van de installatieprocedure. De eerdere antwoorden worden als standaardwaarde gebruikt. Voorbeeld:
U hebt de volgende configuratie-informatie ingevoerd:
Naam printer: foo 
Alternatieve naam printer: lp (op BSD- en SGI-systemen) 
Fysieke apparaatnaam printer: /dev/pio1 (op AIX-systemen) 
Hostnaam printer: /foo 
Naam logbestand: logstat 
Naam taakbestand: taakstat
Interval tussen aanvragen: 5 
Alternatieve statusmodus: ja
Echte tijd weergeven: ja
Uitgebreide modus: ja
Pad printcap: /etc/printcap 
Spoolpad: /usr/spool
Is deze informatie correct (j|n)? [j] j <Enter>
15. U wordt nu gevraagd of u afdruktaken door een filter wilt halen voordat deze naar de printer gaan. Een voorbeeld van een filter is prtpost, dat van de hostsoftware deel uitmaakt. Voorbeeld:
Wilt u de uitvoer filteren (ja/nee)? [nee]
Voorbeeld: prtpost -L -2 geeft tweekoloms, liggende opsommingen van alle bestanden die in de rij zijn geplaatst. 
j <Enter> Als u ja antwoordt, wordt de volgende vraag weergegeven:
Toets de exacte opdrachtregelsyntaxis voor het aanroepen van het filter in (inclusief alle benodigde vlaggen en het absolute pad). <Enter> 

16. Als de printer documentoptieopdrachten ondersteunt, wordt u nu gevraagd een reeks vragen te beantwoorden voor het maken van een setupbestand met documentoptieopdrachten. Dit bestand wordt verzonden voordat afdruktaken worden verzonden naar de rij die wordt geconfigureerd. U kunt zo logische rijen voor dezelfde printer maken, die de uitvoer automatisch aan de hand van het DOC-bestand voor de opgegeven rij opmaken. Zie voor meer informatie het gedeelte "Vragen documentoptieopdrachten" in dit bestand.

Protocol parallelle communicatie
--------------------------------
1. Als u parallelle communicatie gebruikt, voert u voor het printercommunicatieprotocol parallel in. Voorbeeld:
Printercommunicatieprotocol (TCP/IP | parallel | serieel) [TCP/IP]:
parallel <Enter> 
2. Voer het fysieke apparaat in waaraan de printer is gekoppeld. Voorbeeld:
Fysieke apparaatnaam printer []: lp0 <Enter> (op AIX-systemen) /dev/pio <Enter> (op BSD-, SGI-, SYSV- of HP-UX-systemen)
3. U wordt nu gevraagd of de printer DOC ondersteunt. Raadpleeg de gebruikershandleiding als u wilt weten of de printer documentoptieopdrachten ondersteunt.
Ondersteunt de printer DOC (ja/nee)? [nee]:
4. Controleer of de informatie juist is. Voer j in als dit zo is of n als de informatie niet juist is. Als u n invoert, gaat u terug naar het begin van de installatieprocedure. De eerdere antwoorden worden als standaardwaarde gebruikt. Voorbeeld:
U hebt de volgende configuratie-informatie ingevoerd:
Naam printer: foo 
Fysieke apparaatnaam printer: lp0 (op AIX-systemen)
Fysieke apparaatnaam printer: /dev/pio (op BSD-, SGI-, SYSV- of HP-UX-systemen)
Is deze informatie correct (j|n)? [j]: j <Enter>
Printer foo geconfigureerd
5. U wordt nu gevraagd of u afdruktaken door een filter wilt halen voordat deze naar de printer gaan. Een voorbeeld van een filter is prtpost, dat van de hostsoftware deel uitmaakt.
Wilt u de uitvoer filteren (ja/nee)? [nee]
Voorbeeld: prtpost -L -2 geeft tweekoloms, liggende opsommingen van alle bestanden die in de rij zijn geplaatst.
Als u ja antwoordt, wordt de volgende vraag weergegeven:
Toets de exacte opdrachtregelsyntaxis voor het aanroepen van het filter in (inclusief alle benodigde vlaggen en het absolute pad).
6. Als de printer documentoptieopdrachten ondersteunt, wordt u nu gevraagd een reeks vragen te beantwoorden voor het maken van een setupbestand met documentoptieopdrachten. Dit bestand wordt verzonden voordat afdruktaken worden verzonden naar de rij die wordt geconfigureerd. U kunt zo logische rijen voor dezelfde printer maken, die de uitvoer automatisch aan de hand van het DOC-bestand voor de opgegeven rij opmaken. Zie voor meer informatie het gedeelte "Vragen documentoptieopdrachten" in dit bestand.





Protocol serile communicatie
-----------------------------
1. Als u serile RS-232 communicatie gebruikt, voert u voor het printercommunicatieprotocol serial in.
Printercommunicatieprotocol (TCP/IP | parallel | serieel) [TCP/IP]: serieel <Enter> 
2. Voer het fysieke apparaat in waaraan de printer is gekoppeld. Voorbeeld:
Fysieke apparaatnaam printer []: lp1 <Enter> (op AIX-systemen) /dev/ttyb <Enter> (op BSD-, SGI-, SYSV- of HP-UX-systemen)
3. Voer de baudrate in waarvoor de printer is geconfigureerd. Voorbeeld:
Baudrate printer (9600 | 19200) [9600]: 19200 <Enter>
4. U wordt nu gevraagd of de printer DOC ondersteunt. Raadpleeg de gebruikershandleiding als u wilt weten of de printer documentoptieopdrachten ondersteunt.
Ondersteunt de printer DOC (ja/nee)? [nee]:
5. Controleer of de informatie juist is. Voer j in als dit zo is of n als de informatie niet juist is. Als u n invoert, gaat u terug naar het begin van de installatieprocedure. De eerdere antwoorden worden als standaardwaarde gebruikt. Voorbeeld:
U hebt de volgende configuratie-informatie ingevoerd:
Naam printer: foo 
Fysieke apparaatnaam printer: lp1 (AIX-systemen) 
Fysieke apparaatnaam printer: /dev/ttyb (BSD- en SGI-systemen) 
Baudrate printer: 19200 (BSD- en SGI-systemen) 
Alternatieve naam printer: lp (BSD- en SGI-systemen) 
Is deze informatie correct (j|n)? [j]:j
Printer foo geconfigureerd
De volgende meldingen worden weergegeven:
Bezig met installeren colonbestanden
Bezig met maken shellscript filter
6. U wordt nu gevraagd of u afdruktaken door een filter wilt halen voordat deze naar de printer gaan. Een voorbeeld van een filter is prtpost, dat van de hostsoftware deel uitmaakt.
Wilt u de uitvoer filteren (ja/nee)? [nee]
Voorbeeld: prtpost -L -2 geeft tweekoloms, liggende opsommingen van alle bestanden die in de rij zijn geplaatst.
Als u ja antwoordt, wordt de volgende vraag weergegeven:
Toets de exacte opdrachtregelsyntaxis voor het aanroepen van het filter in (inclusief alle benodigde vlaggen en het absolute pad).
7. Als de printer documentoptieopdrachten ondersteunt, wordt u nu gevraagd een reeks vragen te beantwoorden voor het maken van een setupbestand met documentoptieopdrachten. Dit bestand wordt verzonden voordat afdruktaken worden verzonden naar de rij die wordt geconfigureerd. U kunt zo logische rijen voor dezelfde printer maken, die de uitvoer automatisch aan de hand van het DOC-bestand voor de opgegeven rij opmaken. Zie voor meer informatie het gedeelte "Vragen documentoptieopdrachten" in dit bestand.

>> Opmerking: door addprt wordt de directory QDIR gemaakt met een subdirectory met de naam van de printer. Deze directory bevat het logbestand, het proloogbestand voor de logische rij en het filter (qfilter) voor indirecte communicatie met de printer.



Vragen documentoptieopdrachten
------------------------------ 
Wilt u een logische rij instellen (ja/nee)? [nee]
Als u ja antwoordt, worden de volgende vragen weergegeven:
Wilt u meerdere kopien toevoegen (ja/nee)? [nee]
Als u ja antwoordt, wordt de volgende vraag weergegeven:
Hoeveel kopien?
Wilt u dubbelzijdig kopiren toevoegen (ja/nee)? [nee]
Wilt u roteren toevoegen (ja/nee)? [nee]
Wilt u een taal forceren (ja/nee)? [nee]
Als u ja antwoordt, worden de volgende talen weergegeven:
postscript 
pcl4 
hpgl 
ln03+ 
ccitt 
lineprinter 
pcl5 
Voer de taal exact in zoals deze wordt weergegeven (met kleine letters).
Afhankelijk van de geselecteerde taal wordt een reeks taalspecifieke vragen gesteld (niet hier weergegeven).
Wilt u de uitvoer sorteren (ja/nee)? [nee]
Wilt u de uitvoer in een bepaalde lade (ja/nee)? [nee]
Als u ja antwoordt, worden de volgende vragen weergegeven:
Welke lade heeft de voorkeur? 1, 2, 3, *, <logische naam>
Wilt u de modus Staand inschakelen (ja/nee)? [nee]
Wilt u de modus Liggend inschakelen (ja/nee)? [nee]
Als u de logische paginagrootte die op de fysieke pagina wordt geplaatst wilt wijzigen, voert u (met hoofdletters zoals hier) Letter, Ledger, Legal of Executive in. Als u dit niet wilt, drukt u op <Enter>.
Wilt u het fysieke formaat van het ingevoerde papier selecteren (ja/nee)? [nee]
Als u ja antwoord, wordt het papierformaat gevraagd:
Kies een van de volgende formaten of druk op <Enter> voor het standaardformaat:
Letter 
Ledger 
Legal 
Executive 
A5
A4
A3
B5
B4
>> Opmerking: voer na het papierformaat een * in voor het koppelen van lades en het laden van het gewenste papier uit elke beschikbare invoerlade.
Voer bijvoorbeeld Letter * in voor het koppelen van lades voor papier van Letter-formaat.
Wilt u de invoerlade selecteren (ja/nee)? [nee]
Als u ja antwoordt, wordt de volgende vraag weergegeven:
Voer de gewenste invoerlade in of druk op Enter voor de standaardlade. De keuzemogelijkheden zijn: 1, 2, 3, 4, handmatig, <logische naam>
Wilt u de voorpagina in- of uitschakelen (aan/uit/standaard)? [standaard]
Als u aan antwoordt, wordt de volgende vraag weergegeven:
Wilt u een invoerbron voor de voorpagina opgeven (ja/nee)? [nee]
Als u ja antwoordt, kunt u kiezen uit: 
Letter 
Ledger 
Legal 
Executive 
A5
A4
A3
B5
B4
Wilt u de achterpagina in- of uitschakelen (aan/uit/standaard)? [standaard]
Als u aan antwoordt, wordt de volgende vraag weergegeven: Wilt u een invoerbron voor de achterpagina opgeven (ja/nee)?
Als u ja antwoordt, kunt u kiezen uit:
Letter 
Ledger 
Legal 
Executive 
A5
A4
A3
B5
B4
Wilt u meerdere pagina's van documenten op n fysieke pagina plaatsen (ja/nee)? [nee]
Als u ja antwoordt, worden de volgende vragen weergegeven:
Voer het aantal kolommen pagina's per vel in (1-10)
Voer het aantal rijen pagina's per vel in (1-10)
Voer de afstand tussen twee opeenvolgende kolommen in (3,5 micrometer)
Voer de afstand tussen twee opeenvolgende rijen in (3,5 micrometer)
Voer de volgorde in waarin de pagina's op de fysieke pagina worden geplaatst. De keuzemogelijkheden zijn:
rechtsonder
linksonder
rechtsboven
linksboven
onderrechts
onderlinks
bovenrechts
bovenlinks
Wilt u marges voor fysieke pagina's opgeven (ja/nee)? [nee]
Als u ja antwoordt, worden de volgende vragen weergegeven:
Voer de linkermarge in centipunten in (3,5 micrometer)
Voer de rechtermarge in centipunten in (3,5 micrometer)
Voer de bovenmarge in centipunten in (3,5 micrometer)
Voer de ondermarge in centipunten in (3,5 micrometer)
Wilt u om het vel alternatieve marges gebruiken (ja/nee)? [nee]
Als u ja antwoordt, worden de volgende vragen weergegeven:
Wilt u linker- en rechtermarges verwisselen (ja/nee)? [nee]
Wilt u paginaverschuiving opgeven (ja/nee)? [nee]
Als u ja antwoordt, worden de volgende vragen weergegeven:
Voer de verschuiving links in centipunten in (3,5 micrometer)
Voer de verschuiving boven in centipunten in (3,5 micrometer)
Wilt u een rand om logische pagina's afdrukken (ja/nee) [nee]
Als u ja antwoordt, worden de volgende vragen weergegeven:
Voer de dikte van de rand in centipunten in (3,5 micrometer)
Wilt u paginaschaling in- of uitschakelen (aan/uit)? [standaard]
Wilt u een afdrukresolutie invoeren (ja/nee)? [nee]
Als u ja antwoordt, worden de volgende vragen weergegeven:
Voer de gewenste resolutie in.
Wilt u uitvoeren als folder (ja/nee)? [nee]
Als u ja antwoordt, worden de volgende vragen weergegeven:
Voer het aantal vel in dat u voor de folder wilt gebruiken.
Wilt u de vouw horizontaal (ja/nee)? [nee]
Voer de waarde voor de binnenmarge in centipunten in (3,5 micrometer)
Voer de dikte van het gebruikte papier in (2,54 micrometer)
Wilt u eigen documentoptieopdrachten opnemen (ja/nee)? [nee]
Printer foo geconfigureerd


Printers van het systeem verwijderen
----------------------------------------------------
Voor het verwijderen van printers van AIX-spoolsystemen voert u rmvirprt <Enter> in.
Verwijderen van printers van BSD- of SGI-spoolsystemen:
1. Verwijder de spooldirectory (aangegeven in het veld sd van de ingang van de printer in /etc/printcap).
2. Verwijder de ingang van de printer in /etc/printcap. 

Voor het verwijderen van printers van SYSV- of HP-UX-spoolsystemen voert u lpadmin -x printernaam <Enter> in.






Handelsmerken
----------------
QMS is een gedeponeerd handelsmerk van MINOLTA-QMS, Inc.

Alle overige handelsmerken en gedeponeerde handelsmerken zijn eigendom van de respectieve eigenaren: HP-UX/Hewlett-Packard; AIX/IBM; SGI, IRIX/Silicon Graphics; Solaris, SPARC, Sun, SunNet, SunOS/Sun; UNIX/UNIX Systems Laboratories.

Copyright (c) 2000 MINOLTA-QMS, Inc. Alle rechten voorbehouden.
1810029-013G  rev. A

